Iedereen is het er over eens: de eindtermen moeten inhoudelijk grondig bijgewerkt en geactualiseerd worden maar op de eerste plaats moeten ze versoberen om realististisch haalbaar en werkbaar te zijn en dit in het belang van alle betrokkenen: overheid, koepels, scholen, leraren en leerlingen.
Het maatschappelijk debat over de inhoud van de nieuwe eindtermen is op alle fronten aan de gang. Zo werd een aparte website (onsonderwijs.be) in het leven geroepen om van onder uit inhoudelijke input te verzamelen. Exemplarisch voorbeeld is het participatief experiment Onderwijs Op Tafel onder leiding van Maarten Simons (Prof. onderwijspedagogie KULeuven).
Vernuftige indelingen voor de bijgespijkerde eindtermen zien het licht. Het is nu al voorspelbaar dat de hoeveelheid zinvolle eindtermen die alle betrokkenen mogen aanbrengen spectaculair zal toenemen. Dat is niet moeilijk te begrijpen indien we aan alle maatschappelijke en persoonsgerelateerde noden tegemoet willen komen.
In mijn bijdrage ga ik niet een zoveelste nieuwe eindtermenreeks of nieuwe classificatie van eindtermen voorleggen. Mijn zoektocht gaat eerder de weg op van een uitweg tot versobering (d.i. afslanking) en haalbaarheid.

Hoe kan dat? Dat kan door de eindtermen om te buigen naar richttermen: oriënterende omschrijvingen van beoogde basisdoelen met betrekking tot het afstuderen in een welbepaalde onderwijsvorm en -graad, zowel vakgebonden als vakoverschrijdend. Waarbij de leerlijn goed in het oog wordt gehouden.
Duidelijkheid en transparantie begint bij wie waarvoor precies verantwoordelijk is. De operationalisering (concretisatie) van de richttermen voor de onderwijspraktijk moet m. i. onder de verantwoordelijkheid vallen van de leerplanmakers (koepels), van de scholengemeenschap en het leerkrachtenteam. De leerkrachten zijn trouwens het best geplaatst om uit te maken wat in die bepaalde studierichting of leercontext verantwoord en haalbaar is. In de toekomst heeft ons onderwijs meer nood aan een profilering in procesgericht(er) onderwijsperspectief in plaats van het productonderwijssysteem aan te houden waarbij enkel de directe oogst telt.1
Beleidsmakers van industrie en economie moeten schuldig pleiten voor het opdringen van een functionalistische aanpak van utilitaire eindtermen alsof succesvolle werknemers beter functioneren door arbeidsmarktspecifieke eisen letterlijk op te nemen in eindtermen.
De bestaande benadering van eindtermen heeft het creatief herformulering van een eindterm op niveau van leerplan en lespraktijk niet op de kaart weten te zetten. Zo werd de leerkracht via doorlichtingen voortdurend op het hart gedrukt de eindtermen nauwgezet op te volgen in plaats van ze leerling- en contextgericht creatief te vertalen / aan te passen.

Technisch gezien heeft het ombuigen van eindtermen naar richttermen een minder omslachtige formulering als gevolg. Het beoogde leergedrag (dus het werkwoord bv. verwoorden, vergelijken, oplossen ...) wordt in een richtterm zo algemeen mogelijk gehouden (bv. ICT veilig gebruiken, democratie begrijpen) of nog beter wordt het werkwoord helemaal weggelaten. M.a.w. in de formulering van een richtterm houden we enkel de beoogde vakinhoud (leerinhoud) over als essentieel.

Voorbeelden van richttermen:
- verzorgde uitspraak
- schaalberekening
- een zakelijk telefoongesprek
- sociale media

 We zijn er ons van bewust dat deze ingreep (het veralgemenen of het laten wegvallen van het leergedrag in de eindterm) overkomt als een trendbreuk in de didactiek. Al meer dan veertig jaar wordt een onderwijsdoelstelling geformuleerd in termen van specifiek leergedrag (werkwoord) gekoppeld aan specifieke leerinhoud (leerstof). Niets houdt ons tegen om op het niveau van leerdoelen (lesdoelen) de formulering in termen van gedrag + inhoud aan te houden.
Beleidsmatig krijgen de onderwijsverstrekkers op het terrein (koepelorganisaties, de lokale onderwijsgemeenschappen, de concrete leerkrachten) een actieve rol bij het uitrollen van de richttermen. Zij hebben de opdracht (en de vrijheid) om inzake niveau of eisen eigen accenten te bepalen en dit in overeenstemming met de leergroep en eindbestemming (doorstroming, arbeidsmarktgericht of mix tussen beide). Richttermen gaan de zelfstandige besluitvoering van de huidige klassenraden nog meer in de verf zetten.

Zonder in te boeten aan belang kunnen eindterm-attitudes in de formulering ook afgeslankt worden tot een algemene aanduiding (bv. nauwkeurig werken, kritische werkhouding). Een te concrete formulering van beoogde attitudes zet de leerkracht trouwens al te vaak op het verkeerde been: attitudes worden vaak versnipperd tot afvinkbare meetproducten. Ook de tendens om eindtermenattitudes onder te brengen in de nieuwe vakgebonden eindtermen en het draagvlak van vakoverschrijdende richttermen te ondergraven vinden we een slechte evolutie.

Volgens talentmanager Stefaan Arryn stopt het ontdekken en ontwikkelen van talent bij personen niet bij het onderwijzen van kennis en kunde (competenties). Toewijding, vitaliteit, verantwoordelijkheidszin, communicatievaardigheden, een ontwikkeld vermogen om te (willen) leren hebben leerlingen - eenmaal van de schoolbanken - in sterke mate nodig om beroepsmatig nieuwe dingen te absorberen en lang stand te houden in de wisselende job. 2 Attitudes zijn ontzettend belangrijk en zijn het waard om een voorname plaats te krijgen in alle onderwijs.

Inhoudelijk gezien betekent het invoeren van richttermen dat we uniformisering - in het verleden bekrachtigd door de eindtermenpolitiek - afzweren bij het nastreven van basisdoelen. Wie opkomt voor differentiatie in het onderwijs heeft nood aan flexibele eindtermen: richttermen beantwoorden inhoudelijk beter aan het perspectief van procesgerichter (persoonsgericht) onderwijs. De nieuwe eindtermen (in onze visie richttermen) moeten zo algemeen mogelijk gehouden worden, zodat differentiatie geen randverschijnsel wordt maar essentieel is met het oog op diepgaand en authentiek leren.

De technische verslanking (eerder enkel de inhoudelijke poot voor een richtterm overhouden) helpt de differentiatie van richttermen in de praktijk. Voor de ene doelgroep koppel je de richtterm in kwestie aan bijvoorbeeld 'vertrouwd worden met ' als leergedrag; in een andere richting moet probleemoplossend leren centraal staan in de realisatie van dezelfde richtterm.

Oorspronkelijk zijn eindtermen meer productgericht van aard en ontwikkelingsdoelen eerder procesgericht. Door te kiezen voor richttermen in plaats van eindtermen dringen de 'vroegere' ontwikkelingsdoelen in feite ook binnen zowel in de doorstroming als in de arbeidsmarktgerichte takken.
Paul Timmermans © maart 2016

 1 - P. Timmermans, Procesgericht onderwijs gestalte geven in het secundair onderwijs. Impuls, nr.4 april-juni 2009(39), p. 186-199.
2 - http://www.jobat.be/nl/artikels/hoe-ontdek-je-talent-en-wat-doe-je-ermee/

meer dan 2 jaar geleden - Team Onsonderwijs.be. uit Vlaanderen