Wie droomt er niet van om op een gezellige plek te wonen, zijn kinderen een mooie toekomst te kunnen geven, over een vangnet te beschikken wanneer de gezondheid het laat afweten en om op latere leeftijd van veel leuke dingen te kunnen genieten?

Is het realiseren van deze tijdloze en universele dromen vandaag makkelijker dan vroeger? Een eenvoudige blik rondom ons levert ongetwijfeld een positief antwoord op. Vergeleken met 50 jaar geleden baden we vandaag in luxe. Onze huizen zijn groter. We gaan veel meer op restaurant en maken verre reizen. Via het internet zijn we verbonden met de hele wereld. Met onze smartphone doen we aankopen door een simpele druk op een knop. En over een paar jaar rijden onze wagens helemaal alleen.

De technologische evolutie van de voorbije 50 jaar heeft bijgedragen tot een explosie van de welvaart. En toch hebben we het gevoel dat het er niet makkelijker op geworden is om onze dromen waar te maken. Vastgoedprijzen blijven stijgen. De kost voor gezondheidszorg neemt toe. Het verderbestaan van een behoorlijk pensioen wordt door sommigen in twijfel getrokken. Op de arbeidsmarkt is het knokken voor een baan. De tijd dat je heel je leven dezelfde job deed, is voorbij. Heel de samenleving wordt ingewikkelder. Dat zorgt voor onbehagen en stress.

Ook de financiële markten evolueren razend snel. Het aanbod is veel groter, financiële keuzes worden moeilijker. Waar vroeger het spaargeld onder de matras werd gestopt of gedeponeerd bij de lokale bankier, is er nu een waaier van mogelijke financiële tegenpartijen met een zeer uitgebreid en voor de consument soms onoverzichtelijk aanbod van producten.
Deze maatschappelijke veranderingen leggen een grotere financiële verantwoordelijkheid bij elke burger. Hij wordt als het ware zijn eigen ‘manager’ en ‘financieel directeur’. Om deze job aan te kunnen, is een minimum aan financiële geletterdheid vereist.

Het is dus van groot belang dat iedereen over een basis financiële geletterdheid beschikt. Die bereiken we wanneer we beschikken over drie competenties: financiële kennis, goed financieel gedrag en een goede financiële attitude.
Internationale studies tonen aan dat deze competenties over het omgaan met geld best zo jong mogelijk worden aangeleerd. Dat is nodig want jongeren worden steeds vroeger aangesproken als consument. Ze beschikken over bankkaarten en met hun smartphone hebben ze een onlinewinkel op zak. Volgens een recente studie vertoont 12 procent van onze jongeren financieel risicogedrag.

De school is een bevoorrechte omgeving om jongeren financiële vorming bij te brengen. Financiële vorming laat ook verschillende vakken transversaal aan bod komen. Een ideale manier om leerlingen de stof van de verschillende vakken te laten toepassen, kritisch- en oplossingsgericht te leren denken. Door financiële vorming aan te bieden op school worden alle jongeren bereikt. Ook deze uit financieel kwetsbare gezinnen.

Het aanleren van goede vaardigheden om te sparen, consumeren, lenen en budgetteren is een proces dat meerdere jaren tijd vraagt. Op school kunnen jongeren deze vaardigheden geleidelijk aan opbouwen. In een leercontext zijn ze in staat om zowel eenvoudige als meer complexe financiële notities te begrijpen. Leerkrachten kunnen vaardigheden bijbrengen door te werken met voorbeelden uit de leefwereld van jongeren, door hun taal te gebruiken of door educatieve spellen te spelen.  
Hebben jongeren de school echt nodig om financiële vaardigheden aan te leren? Kunnen ze financiële kennis niet zelf opbouwen? Best niet! Uit onderzoek blijkt dat jongvolwassenen een hoge prijs betalen voor financiële vergissingen. Een betaalachterstand van enkele maanden voor uitgaven met kredietkaart lijkt vrij onschuldig. Maar jongvolwassenen krijgen de rekening hiervan later gepresenteerd. Ze krijgen geen lening meer of moeten daarvoor een hogere rentevoet betalen. Cijfers van de Centrale voor Kredieten aan particulieren uit ons land tonen aan dat een groeiende groep jongvolwassenen in ons land geconfronteerd wordt met financiële moeilijkheden.

In heel wat landen zijn er diverse initiatieven genomen om financiële vorming een plaats te geven op school. Hoewel er nog weinig studies voorhanden zijn, zijn de eerste resultaten veelbelovend.

In België zijn ondertussen diverse initiatieven genomen. Zo startte Wikifin.be pilootprojecten op om in de klassen te werken rond geldzaken. Een online leerplatform is geopend en wordt nu continu en in samenspraak met diverse onderwijsbetrokkenen gevoed met nieuw en divers materiaal. Het is nog te vroeg om gedragsveranderingen te kunnen meten. Maar leerkrachten en leerlingen zijn alvast enthousiast. In diverse reportages (DeTijd, Volt, Radio 1, ROB) getuigen leerlingen: ze kunnen een aantal geldzaken met meer vertrouwen uitvoeren.

En omdat geldzaken van jongeren ook onze zaak zijn, kunnen we onze jongeren maar beter wapenen en ze financieel vormen in een beschermde leeromgeving. We dragen op die manier bij tot het verhogen van hun financiële weerbaarheid. Daardoor kunnen ze tijdens de belangrijke levensmomenten met meer vertrouwen financiële beslissingen nemen. Ze kunnen hun financiële leven organiseren om dromen te realiseren.

Deze opdracht om onze jongeren financieel te vormen, mag niet langer vrijblijvend zijn. Financiële vorming moet daarom meer expliciet opgenomen worden in de eindtermen.

Els Lagrou, projectmanager bij Wikifin.be het programma van de FSMA dat meewerkt om de financiële geletterdheid van de bevolking te verbeteren.

meer dan een jaar geleden - Team Onsonderwijs.be. uit Vlaanderen