Ons onderwijssysteem is te veel een achteruitkijkspiegel, merkte de Canadese filosoof Marshall Mcluhan een halve eeuw geleden pessimistisch op. Toch is het bij onderwijsvernieuwing goed even achterom te kijken naar wat er is alvorens plankgas te geven naar de toekomst. Ook in het eindtermendebat. Want wat al goed is, kan best mee naar die toekomst. In deze bijdrage maak ik een evaluatieoefening voor de huidige ontwikkelingsdoelen en eindtermen over kunst en cultuur.

Wacht eens even, kan dat eigenlijk wel, eindtermen over kunst en cultuur?
Een fundamentele beginvraag. Zijn kunst en cultuur niet te ongrijpbaar, te veranderlijk en te persoonlijk om vast te leggen in de droge taal van eindtermen? Is het bovendien aan een centrale overheid om voor te schrijven wat het doel van artistiek en cultureel leren is? Voor kunstenaars zal de idee dat een parlement culturele leerdoelen bepaalt wellicht een doorn – of zelfs een balk – in het oog zijn. Toch is het verdedigbaar. Kunst en cultuur zijn vaste ingrediënten van ons bestaan, vaak zelfs dé smaakmakers, dus het zou al te gek zijn als het onderwijs ze zou negeren. En als we kunst en cultuur als iets leerbaar zien, dan moeten we er ook durven doelen aan koppelen. Zonder bestemming wordt leren immers stuurloos.

Met een lantaarntje zoeken
Wie vandaag naar kunst en cultuur in het onderwijscurriculum speurt, kan maar beter wat tijd nemen. Met wat goede wil kan je die brede notie ‘cultuur’ nog vinden in een aanzienlijk aandeel eindtermen, zij het vooral impliciet en zonder gebruik van het begrip zelf. Verwijzingen naar kunstzinnige doelstellingen zijn – zeker vanaf het secundair onderwijs – in het geheel schaars. Het aantal eindtermen geeft dus weinig aanleiding om als school ernstig en op een doorlopende manier met kunst bezig te zijn. De Oeso-studie ‘Art for Art’s Sake. The impact of arts education’ (2013) schatte dat de gemiddelde Vlaamse leerling tussen 9 en 11 jaar ongeveer 10% van zijn verplichte lestijd met artistiek werk in contact komt. In de eerste graad van het secundair onderwijs (12 tot 14 jaar) is dat nauwelijks nog 4%. Dat is twee keer onder het Europese gemiddelde en zeker voor het secundair onderwijs ronduit zwak. Ter vergelijking: Oostenrijk, Finland en Denemarken scoren het dubbele tot driedubbele.

Weg met de lijstjes
Dat er vandaag weinig eindtermen zijn over kunst en cultuur is misschien nog zo erg niet. Soms is minder ook meer. Vaak is minder zelfs beter werkbaar. Neem het voorbeeld van de eerder artistiek ingevulde eindtermen voor Muzische Vorming (een van de weinige poëtische termen in het eindtermenjargon) in het basisonderwijs. 34 zijn het er, en dat is weinig in vergelijking met bijvoorbeeld de 95 eindtermen voor Wereldoriëntatie (een bijna net zo poëtische term). Toch ben ik er van overtuigd dat het er eigenlijk nog te veel zijn. Nederland en ook andere Europese landen doen het met minder, veel minder. Het is zelfs een internationale trend: curricula in de vorm van lange lijsten van vakdoelen maken plaats voor leerplankaders die over de vakken heen gaan. Geen slechte zaak, want ons grote aantal eindtermen wordt in leerplannen en methodeboeken vaak uitgerafeld in nog meer (sub)doelstellingen, lijstjes van materialen, werkvormen, technieken… Leerkrachten in de basisschool kijken met vermoeide ogen naar zo’n duimdik pak papier. Geen wonder dat onderzoek aantoont dat die leerkrachten koele minnaars zijn van de huidige eindtermen, ook die voor Muzische Vorming.

Eindtermen of krachttermen
De inhoud dan. Die is niet altijd duidelijk. Sommige eindtermen zijn erg moeilijk (bv. ‘De leerlingen kunnen bij de planning en uitvoering van en bij de reflectie op spreektaken visuele informatie gebruiken’). Andere zijn eerder vaag (bv. ‘De leerlingen gaan actief om met de cultuur en kunst die hen omringen’). Bovendien zijn ze niet altijd evenwichtig. De cultuurgerichte doelen voor het kleuteronderwijs zijn bijvoorbeeld erg gericht op imitatie. De eindtermen voor het lager te veel op het eigen creatieproces en nauwelijks op cultuurbeschouwing en –reflectie. Die voor het secundair gaan dan weer de andere kant uit en besteden maar met mondjesmaat aandacht aan de verbeelding en creativiteit van leerlingen.

Bovendien klinken alle kunst- en cultuurgerichte eindtermen weinig fors. Waar eindtermen doorgaans over “kunnen en kennen” gaan, lijkt voor kunst en cultuur het meer vrijblijvende “ervaren en uitproberen” te volstaan. Die indruk krijg je zeker bij het kerncurriculum voor het secundair onderwijs. Daar zitten kunst en cultuur nog het duidelijkst in de zogenaamde vakoverschrijdende eindtermen. Hoewel goed geformuleerd, zijn het geen krachttermen. De eindtermen daar zouden op z’n minst ook een resultaatsverplichting moeten kennen. De huidige inspanningsverplichting leidt er – contradictorisch genoeg – vaak toe dat leerkrachten denken dat net een ander er zich wel voor zal inspannen.

Net dat laatste is trouwens een bezorgdheid die wat mij betreft best prominenter in het eindtermendebat mag, namelijk de vraag hoe leerkrachten de eindtermen gebruiken. Ik denk aan kwesties als:  ervaren leerkrachten basisonderwijs een hiërarchie in de eindtermen en vinden ze bijvoorbeeld dat de muzische disciplines pas aan bod moeten komen als de doelen voor taal en rekenen zijn behaald? Zien leerkrachten eindtermen als iets dat ze per schooljaar en per leerling moeten afvinken? Vinden de leerkrachten de eindtermen rond kunst en cultuur moeilijk om in de praktijk te brengen? …

Kunst en cultuur moeten er ook nog even bij
Ja, er zijn vele kritische vragen te stellen bij het huidige kunst- en cultuurcurriculum. Maar laat ons het dat curriculum niet zomaar vervloeken. Het trekken van lessen uit de huidige eindtermen kan zeker inspiratie bieden voor nieuwe. Ik hoop alleszins dat die inspiratie er voldoende is en dat niet aan het eind van het curriculumontwerp iemand zal moeten opmerken: “Oh ja, kunst en cultuur moeten er ook nog even bij”.

Lode Vermeersch onderzoeker aan HIVA-KULeuven en VUB.

Meer lezen:
CULTUUR OVER CULTUUR, samenvatting van een onderzoek naar cultuurreflectie in de ontwikkelingsdoelen en eindtermen van het Vlaamse basis- en secundair onderwijs  
HET BEELD IN BEELD
, over 'De plaats van beeldgeletterdheid in de ontwikkelingsdoelen en eindtermen van het Vlaamse basis- en secundair onderwijs'

ongeveer een jaar geleden - Lode Vermeersch