In De Standaard van 8 maart vonden we nog volgend opiniestuk: 'Beoordeel leerkrachten niet op hun talent om lesformulieren in te vullen'.

Hoe kun je kinderen boeien met prefab-lesvoorbereidingen?

In een complexe maatschappij leveren leerkrachten een essentiële bijdrage om jongeren de wereld tegemoet te laten treden met vertrouwen in zichzelf en in hun medemensen. Dat dacht ik drie jaar geleden, toen ik enthousiast aan mijn onderwijzersopleiding begon. Vandaag verlaat ik die opleiding zonder diploma op zak. De reden daarvoor is dat ik tot drie keer toe negatief ben beoordeeld op het administratieve luik van mijn praktijkstages.

Nu is administratie een ruim containerbegrip. Uiteraard moet je als leerkracht borg kunnen staan voor degelijk ingevulde klasagenda’s, correcte schoolrapporten en andere nuttige administratieve processen. Maar dat is niet de muur waarmee ik drie jaar op een rij onzacht in aanraking ben gekomen. Administratie staat in de onderwijsopleiding ook gelijk met gestandaardiseerde lesvoorbereidingen, waarin de vorm primeert op de inhoud. Zo’n lesvoorbereiding is meer een bureaucratische driloefening dan een creatief mentaal proces om kennis of vaardigheden over te brengen. Wat een rijke wisselwerking met leergierige kinderen hoort te zijn, wordt in een beperkende mal gegoten. Eentje waarin een bepaalde stimulus altijd leidt tot een bepaalde respons, waarvan je de tijd goed op voorhand kunt inschatten, met alle instructies en standaardantwoorden in het juiste vakje van een prefab-formulier.

Zo’n stimulus-responsmodel mag dan bruikbaar zijn voor makkelijk controleerbare acties in een stabiele laboratoriumomgeving, voor een rijke klasomgeving midden in de wereld is dat even ongeschikt als contraproductief. Toch worden leerkrachten in spe vandaag in hoge mate beoordeeld op hun talent om lesformulieren te vullen met inhouden die minder inspelen op de behoeften van leerlingen dan op een zorg om formalistisch correct te handelen.

Daarom is mijn droom om onderwijzer te worden voortijdig ontzenuwd door onderwijskundigen van wie de cynische dubbele boodschap mij lang zal bijblijven: ‘je bent in de wieg gelegd als onderwijzer, maar zolang je geen prioriteit kan (of wil) geven aan het correct invullen van je lesformulieren is er een te groot risico op negatieve evaluaties van de onderwijsinspectie.’

Verzuurde leraarskamers
Na mijn derde crash tegen de betonnen muren van de onderwijsopleiding ben ik door een soort rouwperiode gegaan. Dat schijnt normaal te zijn, als je je toekomstbeeld in rook ziet opgaan. Maar ik heb nieuwe moed opgevat en schreef me in als werkzoekende met een voorkeur voor een job in de ICT-sector, ver weg van de onderwijswereld. Gezien mijn gebrek aan kwalificaties was ik sceptisch over mijn slaagkansen, maar tot mijn verrassing werd ik snel geselecteerd voor een marketing & sales-functie. De voornaamste motivatie voor mijn aanwerving? Mijn talent om snel in te spelen op wisselende situaties en de vele lagen in de psychologie van mijn toekomstige klanten: een vermogen waaraan de onderwijssector kennelijk veel minder gewicht toekent.

Ik ben de afgelopen jaren getuige geweest van hoe het onderwijs in de greep lijkt van een bureaucratische afvinkcultuur vol wantrouwen en formalisme. Volgens mij ligt daar een mogelijke verklaring voor de hoge zuurtegraad in vele leraarskamers en de vaak aangehaalde mismatch tussen het onderwijs, het bedrijfsleven en de samenleving.

Zelf zal ik helaas geen bijdrage kunnen leveren om dat maatschappelijke drama een heel klein beetje te helpen oplossen, maar misschien kan minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) er wel aandacht aan geven tijdens de Nachten van het Onderwijs die ze na de paasvakantie organiseert.

Jonas Bary

bijna 3 jaar geleden - Team Onsonderwijs.be. uit Vlaanderen