Nieuwsberichten

Rangschikken op

Eindrapport maatschappelijk debat over de eindtermen

De Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement stelde op de persconferentie van 4 oktober 2016 het eindrapport over het maatschappelijk debat over de eindtermen voor. Brede betrokkenheid Tijdens het voorjaar 2016 werd er in Vlaanderen een breed publiek debat opgezet over de inhouden die het onderwijs van de toekomst moet bevatten. Om dit debat vorm te geven, vertrouwde de Vlaamse overheid deze opdracht toe aan de onderzoeksbureaus Levuur, Tree Company en Indiville. Omdat het onderwijs van de toekomst letterlijk iedereen aanbelangt, lag de nadruk op de participatie van zoveel mogelijk betrokkenen. Zo werd het internetplatform "OnsOnderwijs" opgezet, waren er talrijke scholierendebatten in scholen, verzamelde men de standpunten van de middenveldorganisaties en organiseerden de uitvoerders naast de 5 provinciale Nachten van het Onderwijs tot slot het Onderwijsfestival in het Vlaams Parlement. Duizenden mensen hebben daardoor op de een of andere manier bijgedragen tot dit debat. Eindrapport OnsOnderwijs.be - van IeRensbelang De onderzoeksbureaus bundelden inmiddels de bevindingen en conclusies van al deze initiatieven in het eindrapport 'OnsOnderwijs.be - Van Lerensbelang. Participatief publiek debat over de eindtermen'. 'Het rapport wil', aldus de samenstellers, 'de kracht en de waarde van het materiaal dat uit het publieke debat is voortgekomen, ten volle tot zijn recht laten komen en in zijn breedte tonen zonder het te interpreteren of te selecteren'. De onderzoeksbureaus zullen dit rapport samen met de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement op de persconferentie voorstellen. Het vervolg Het eindrapport wordt ook overgemaakt aan de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement. Daar zal finaal het politieke debat moeten plaatsvinden over de ideeën en bevindingen die uit het maatschappelijk debat zijn voortgekomen. U kan het rapport hier downloaden. Kathleen Helsen Commissievoorzitter Commissie voor Onderwijs

Wat 17.000 leerlingen in de eindtermen willen

We konden er afgelopen maanden niet omheen: het groot maatschappelijk debat rond de eindtermen. 17.000 leerlingen gingen op verschillende manieren aan de slag rond het thema. De Vlaamse Scholierenkoepel (VSK) bundelde alle meningen in een Scholierenrapport onder 6 thema's. De 10, de jonge debatstarters die het eindtermendebat maandenlang van op de eerste rij volgden, stelden het rapport eind augustus 2016 voor. Het moest zeker anders, daar was elke leerling die we hoorden van overtuigd. De eindtermen zijn verouderd en niet mee geëvolueerd met onze veranderende wereld. Maar het Scholierenrapport is geen evaluatie van de huidige leerstof, wel een verslag van wat scholieren momenteel missen op school. Het uitgangspunt van ieder gesprek, iedere discussie en ieder debat was dat ook ‘wat moet élke leerling kennen en kunnen als ze afstuderen in het middelbaar?’. Scholieren uit bijna 70 scholen, 17.000 in totaal, gaven hun visie op de eindtermen van de toekomst. Dat zijn veel verschillende meningen, maar verbazingwekkend genoeg was het niet zo moeilijk om lijnen te vinden in alle antwoorden. We kwamen tot 6 thema’s (zie verder) die de visie van scholieren goed samenvatten. ‘We rekenen erop dat niet alleen de beleidsmakers, maar maar ook leerkrachten, directies of ander onderwijsvolk, aandachtig luisteren naar de mening en kijk van de Vlaamse scholieren', klinkt het bij De 10. Zij zullen dan ook na de lancering van het rapport aan de mouw van de politici blijven trekken. Zes thema's We nemen jullie in vogelvlucht door de 6 thema’s waaronder we alle antwoorden konden bundelen. In het volledige rapport gaan we dieper in detail op elk thema en en formuleren we ook nog een aantal voorwaarden waaraan sterke eindtermen moeten voldoen. Gezond en wel Het belang van een gezond lichaam ondervinden leerlingen het liefst letterlijk en figuurlijk ‘aan den lijve’. Gezondheid kan dus niet zomaar een afgebakend, af te vinken puntje in het leerplan zijn. Werken aan dit thema laat zich ook niet begrenzen door de muren van het klaslokaal. Het moet terug te vinden zijn in de hele schoolcultuur. Mentaal in evenwicht Een burn-out wordt in deze tijd bijna iets alledaags. Jongeren zien de oudere generaties bezwijken onder de werkdruk en merken dat zelfs klasgenoten soms een tijdje uitvallen omdat het hen te veel wordt. De stress en de prestatiedruk bij het vele schoolwerk en talrijke evaluatiemomenten vallen niet te onderschatten. Stress die bovendien niet stopt aan de schoolpoort, maar de leerlingen via digitale leerplatformen als Smartschool ook achtervolgt naar huis. De schrik om te falen zit diep. Jongeren zien dan ook een taak weggelegd voor hun leerkrachten en het onderwijs in het algemeen om hen op dat vlak de nodige ondersteuning te bieden. Eigen kracht ‘Talent’ is een woord dat vaak gebruikt wordt in de onderwijswereld, maar in de praktijk krijgen scholieren te weinig de kans om hun eigen sterktes te ontdekken. Schoolslogans als ‘Wees wie je bent’, ‘Elk talent telt’ of ‘Doorbreek je grenzen’ zijn inhoudloos als ze enkel op papier bestaan. In de realiteit worden leerlingen vaak in dezelfde vaste mal geduwd, waardoor ze te weinig succeservaringen beleven. Regelmatig het gevoel ervaren dat iets lukt, is nochtans een prima motivator. Zo blijven scholieren zin hebben om te groeien, bij te leren en zichzelf te verbeteren. Klaar voor het leven na het middelbaar De duidelijke boodschap die we overal hebben gehoord is dat scholieren op eigen benen willen kunnen staan. Veel ondervraagde leerlingen geven aan dat ze bepaalde basisvaardigheden om te overleven missen. Ze weten perfect hoe warm het soms kan worden in de tropen, maar niet op welke temperatuur je de was moet doen. Ze kunnen vierkantswortels trekken, maar geen worteltjes koken. Ze vullen blindelings een matrix in, maar weten niet hoe te beginnen aan een belastingsbrief. Echt klaargestoomd voor de toekomst voel je je op die manier niet wanneer je je diploma in de hand hebt. ‘Waarom is dit nuttig?’ is een eenvoudige vraag die bij het opstellen van de eindtermen altijd in het achterhoofd gehouden moet worden. Verbonden met elkaar Op een school komen leerlingen met verschillende karakters, leeftijden, gender, achtergronden en interesses bij elkaar. Een kleine versie van de diverse samenleving als het ware, en op die manier een ideaal laboratorium om te leren omgaan met verschillen. Maar tegelijkertijd krijg je ook een broeihaard van hormonen, kriebels en gevoelens als je een bende tieners bij elkaar zet. Scholieren vragen daarom ook speciale aandacht voor romantische relaties en alles wat daarbij komt kijken. Met beide voeten in de wereld Leerlingen zijn niet enkel op zoek naar zichzelf in relatie met anderen, maar ook in relatie met de hele wereld. ‘Waarom denk ik zo en mijn buurman anders?’ ‘Hoe passen mijn eigen acties binnen grote actuele thema’s?’ ‘Hoe word ik een goed geïnformeerde wereldburger?’ Jongeren willen kritisch kunnen denken en beslissen en vragen daarvoor hulp aan het onderwijs. Het volledige rapport vind je hier: https://issuu.com/vlaamsescholierenkoepel/docs/scholierenrapport_eindtermen_van_le/1

Halen onze eindtermen zelf hun 'eindtermen'?

Vandaag werd het onderzoek naar de werking van de eindtermen van Maarten Simons en Geert Kelchtermans vrijgegeven en besproken in het Vlaams Parlement.De minister heeft daarover ook een persbericht verspreid.Geïnteresseerden vinden ook het onderzoeksrapport zelf online.

Onderwijsfestival in beeld

Voor wie graag nog eens terugblikt — letterlijk dan — op een geslaagd en rijkgeschakeerd Onderwijsfestival hebben we nog het volgende beeldmateriaal, met dank aan de Vlaamse Scholierenkoepel:- een kort maar wervelend YouTube-fiilmpje- een Facebook-pagina met een hele rist sprekende foto's

BAM-tv bericht over de bijdrage van de Afrikaanse gemeenschap tot het Onderwijsfestival van 13 mei

We kregen een korte reportage en een fotoreeks (op een van de foto's klikken om de reeks te starten) van BAM-tv (Bel'Afrika Media) over het Onderwijsfestival en de bijdrage van het Minderhedenforum en Symbiose vzw.Een mooie terugblik!

Gezondheidsthema’s hebben een plaats in de eindtermen

De Vlaamse overheid organiseert een debat over de herziening van de eindtermen. Sensoa en VAD willen van dit debat gebruik maken om beleidsmakers en onderwijsactoren die zich over de eindtermen buigen 4 belangrijke speerpunten over Gezondheidsbevordering mee te geven. Wat is gezondheidsbevordering? Gezondheidsbevordering is het versterken van attitudes, vaardigheden en kennis om controle te verwerven over hun eigen gezondheid. Zowel kinderen en jongeren als ouders vinden de school een belangrijke partner voor gezondheidsbevordering. Het blijft belangrijk om het thema expliciet op te nemen in de eindtermen, dit illustreren we aan de hand van enkele cijfers.• Steeds meer jongeren onder de 16 jaar hebben nog nooit alcohol gedronken (50,8% in 2014-2015). Een effect van een gecoördineerd beleid waarbij het onderwijs een essentiële rol heeft. Op deze positieve evolutie moet we blijven inzetten. (persbericht synthese-rapport 2014-2015)• Het Sexpert-onderzoek over seksualiteit bij Vlamingen (2013) toont aan dat vele jongeren op hun honger zitten op vlak van relationele en seksuele vorming. Slechts 30% had de informatie gekregen waar ze behoefte aan hadden, 30% had over geen enkel thema informatie gekregen. Over de inhoud en het belang bestaat weinig discussie in Vlaanderen, daarom focust dit standpunt zich op hoe de eindtermen met betrekking tot gezondheidsbevordering best worden opgebouwd. Principes Welke zijn de principes waaraan de eindtermen moeten voldoen en welke zijn de randvoorwaarden om effectieve gezondheidsbevordering mogelijk te maken? Principe 1: algemene eindtermen moeten geconcretiseerd worden in themaspecifieke eindtermen Aandacht voor gezondheid op school vormt het kader voor themaspecifieke eindtermen die geconcretiseerd worden op basis van leeftijd, ervaringen, wetenschappelijke bevindingen…De gezondheidsthema’s waarvan we willen dat ze expliciet terugkomen in de eindtermen zijn: voeding, beweging, sedentair gedrag, tabak, geestelijke gezondheid, gezondheid & milieu, alcohol, drugs, psychoactieve medicatie, gamen en gokken, zwangerschap plannen, soa-en hiv en seksueel grensoverschrijdend gedrag.Met algemene eindtermen bedoelen we eindtermen die vragen naar een zekere graad van kritisch denken, eigen keuzes kunnen maken, tolerantie, sociale vaardigheden, etc. Principe 2: Vanaf de kleuterklas en dwars over leerjaren heen Ook in de ontwikkelingsdoelen en eindtermen van het kleuteronderwijs en lager onderwijs moet gezondheidsbevordering zijn plaats krijgen. Sensoa en VAD roepen op om al vanaf de kleuterklas te starten met algemene Gezondheidsbevordering, aangepast aan de noden en behoeften van de leeftijd en ontwikkeling van het kind bv. In de kleuterklas en het lager onderwijs moet bijvoorbeeld niet gewerkt worden aan preventie van illegale druggebruik, maar aan sociale vaardigheden. De huidige eindtermen in het secundair onderwijs bieden reeds een kader waarin de verschillende aspecten en thema’s van Gezondheidsbevordering een plaats vinden. De eindtermen moeten scholen stimuleren in elk leerjaar in het basis en het secundaire onderwijs Gezondheidsbevordering voorzien. Het moet een continu proces zijn dat vertrekt vanuit een structureel gezondheidsbeleid en enkel occasioneel als reactie op bepaalde situaties. Principe 3: Vakoverschrijdend Gezondheidsbevordering blijft te vaak het domein van de levensbeschouwelijke les en de les natuurwetenschappen. Gezondheidsthema’s horen hun plaats te krijgen in vele vakken. Er moet structureel aandacht aan gezondheid besteed worden. De eindtermen moeten zo ontworpen zijn dat gezondheidsthema’s over vakken en leerjaren heen gepland is. Principe 4: structureel ingebed Ook hebben eindtermen het meest kans op slagen wanneer ze een verantwoordelijkheid zijn die gedragen is over de hele school heen. Het is onvoldoende om eens een projectdag of themaweek te organiseren, deze hebben geen duurzame effecten. Herhaling en continuïteit zijn essentieel. Principe 5: Niet vrijblijvend Sensoa en VAD roepen beleidsmakers op om eindtermen te ontwerpen die de voordelen van een open karakter behouden en toch voldoende bindend zijn. Een open karakter van eindtermen, met ruimte om zelf accenten te leggen biedt een ideaal kader voor Gezondheidsbevordering op maat van de school. Principe 6: Minimumnormen Om te garanderen dat alle kinderen en jongeren voordeel ondervinden van de eindtermen, wordt best een minimumnorm voor kwaliteit vastgelegd. Scholen en leerkrachten moeten duidelijk aantonen hoe ze de verschillende leerinhouden van Gezondheidsbevordering aan bod brengen in de school en welke stappen ze zetten zodat leerlingen over de juiste kennis, vaardigheden en attitudes rond gezondheid beschikken. Er moet daarbij voldoende tijd gereserveerd zijn om de beleving van kinderen en jongeren aan bod te laten komen, voor hun vragen en voor interactie. Randvoorwaarden Naast de principes zijn er ook een aantal randvoorwaarden voor een gedegen uitvoering van de eindtermen rond gezondheidsbevordering: • Opleiding en nascholing van leraren. De lerarenopleiding en nascholingscentra kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Leraren hebben inzicht nodig in hun rol bij gezondheidsbevordering. • Aandacht voor de diversiteit van de samenleving. Gelijke kansen zijn voor iedereen een basisrecht.• Ouderbetrokkenheid: Ouders moeten weten wat gebeurt op school opdat ze ook thuis de communicatie kunnen voeren. • Eindtermen worden versterkt met een gezondheidsbeleid op school.• Sterke leerplannen en leerlijnen die in overeenstemming zijn met de visie uit de eindtermen vullen de eindtermen inhoudelijk in.• Een leidraad die helpt om een educatief plan te maken op schoolniveau: wanneer, door welke leraar, in welk vak, in welke graad en hoe de gezondheidsthema’s aan bod komen. • Een aanbod van sterk educatief materiaal van VAD, Sensoa en partners en richtlijnen en ondersteuning voor het gezondheidsbeleid op school.• Een lage drempel om ondersteuning van schoolnabije en externe partners te verkrijgen. Meer lezen: seksuelevorming.be, vad.be en gezondeschool.beBronnen- Sexpert (2013) factsheet over jongeren en informatie over relaties en seks. - VSK (2010) Is seksuele opvoeding passé? Advies Relationele en Seksuele Opvoeding op School.- European Expert Group on Sexuality Education (2016) Policy Brief: Sexuality Education, What is it? Sex Education: Sexuality, Society and Learning. Volume 16, Issue 4. - VAD Persbericht syntheserapport (2016) Jongeren, alcohol, tabak en cannabis: na 16 remmen los.

De voorstellen van de KOOGO-ouders

KOOGO, de Koepel van de Ouderverenigingen van het Officieel Gesubsidieerd Onderwijs (gemeentescholen en provinciaal onderwijs) bood op zijn website de mogelijkheid om een antwoord te formuleren op de 4 vragen van Van LeRensbelang. De resultaten van die bevraging kun je hier downloaden.

Hoera, er zijn er van alles te weinig

STEM: Science, Technology, Engineering and Mathematics. STEM: wetenschap, techniek, engineering en wiskunde Je kan je hoofd niet meer buiten steken, of je hoort: ‘er zijn er te weinig’.Er zijn te weinig ingenieurs. Te weinig verpleegkundigen en verzorgenden. Te weinig leraars wiskunde en Frans. Te weinig ICT-specialisten. Te weinig kraanbestuurders. Er zijn te weinig huisartsen, tolken, gameontwikkelaars, milieutechnologen, onderwijzers, dronebouwers, pijpfitters, kinderpsychiaters, bakkers en slagers, telemarketeers, milieulaboranten, dierenverzorgers, netwerkbeheerders, chef-koks, commercieel bedienden, landmeters, geriaters, elektronicaherstellers, koeltechnici, social media-specialisten, … In bijna alle beroepen is er een tekort. Dit tekort lijkt zelfs toe te nemen. En dat klopt. Er is daar ook een simpele verklaring voor. In de jaren veertig, vijftig en zestig van vorige eeuw, werden elk jaar zo’n 160.000 kinderen geboren in België. Vandaag per jaar maar zo’n 100.000. De grote generaties uit de vorige eeuw gaan stilaan op pensioen, en er zijn niet genoeg jongeren om hen te vervangen. Zo simpel is het. Of toch bijna. Dat is héél goed nieuws voor de jongeren. Er kunnen nog tijdelijke crisissen zijn, en regio’s of bedrijfstakken waarin het een tijdje minder goed gaat, maar door de band genomen zal elke jongere, de komende decennia, werk vinden, zeker als hij een kwalificatie heeft, én bij blijft. Werkzekerheid kan nooit 100 procent zijn, maar de algemene werkzekerheid voor de jongeren die een kwalificatie hebben en die moeite doen om bij te blijven, zal nooit groter geweest zijn. Dat is de eerste boodschap voor jongeren die hier kan gegeven worden. Een hoera-boodschap. Tweede vaststelling. De tekorten aan mensen zijn het grootst in de beroepen die enige wetenschappelijke en technologische kennis en vakmanschap vergen. Dat leidt meteen naar een tweede conclusie: jongeren die een STEM-opleiding volgen of een opleiding die een pakket STEM bevat, zitten gebeiteld. Nog een vaststelling: beroepen veranderen almaar sneller. Er zijn berekeningen die zeggen dat de helft van de beroepen van vandaag tien jaar geleden nog niet bestond. Wat wordt dat dan in de toekomst? En almaar meer van die nieuwe jobs groeien op de scheidingslijn tussen de ‘disciplines’. De milieuzorg is een typisch voorbeeld: die zit op de scheidingslijn van fysica, biologie en technologie, en vergt behoorlijk wat wiskunde. Energiebezuiniging zit ook op scheidingslijnen: wetenschap, techniek en menselijk gedrag. En dat gaat zo maar door: de gezondheidszorg wordt technologischer en de communicatie met de patiënt wordt belangrijker. De domotica en de robotica breken door in de zorgberoepen en de robotjes leren communiceren met mensen. Apps maken de ICT-technologie toegankelijker. De derde conclusie luidt dan ook dat veel STEM-opleidingen leiden naar beroepen met een dubbele aantrekkelijkheid: het prettige van de technologie en het prettige van het omgaan met of werken voor mensen. Vierde conclusie voor jongeren: het leven en het werken worden almaar meer ondersteund door technologie die almaar gebruiksvriendelijker wordt, maar die toch enige basiskennis en -inzichten vergt. Iedereen moet dus minstens een beetje STEM in zijn opleiding ontdekt hebben. En dat is prettig en nuttig. Want STEM is ook hét middel om de creativiteit en het probleemoplossend vermogen aan te scherpen. Er is nog een vijfde conclusie. Die is echter nog niet echt werkelijkheid vandaag, maar dat komt spoedig. De moderne technologie maakt het mogelijk het leren veel boeiender te maken dat dit tot nu toe was. De scholen beginnen dat te ontdekken. Maar soms zijn ze daarin een beetje traag, vaak wegens niet genoeg ‘geSTEMd’. Als dat zo is, moet jij hen misschien spontaan wat helpen daarbij. Guy Tegenbos, Senior journalist van De Standaard en lid van het STEM-platform

Over het belang van debatten als dit...

Uit 'De middelbare leeftijd regeert het land', 'De bomen en het bos' (Guy Tegenbos) in De Standaard van 20 april 2016 Niet de middenstand regeert dit land, maar de middelbare leeftijd. Die domineert in de partijen, in de regering, in vakbonden en werkgeversorganisaties. Zij denkt er niet aan eens naar de jongeren te luisteren.Voorlopig staat Hilde Crevits eenzaam aan de top. Zij doet het wel. Zij ging ook aan ouders vragen wat ze van het onderwijs vinden.Waar haalt ze het, klonk het in sommige kringen. De hele column van Guy Tegenbos leest u hier. Dezelfde krant publiceerde op 21 april ook een reactie van Philippe Diepvents, Directeur Studiedienst ABVV

"Met camera en computer kunnen ze al goed genoeg overweg..."

Ook het Inspirocollege in Houthalen zette zijn debatuitnodiging clipgewijs op YouTube. Hier is het filmpje te bewonderen.

De eerste Nacht van het Onderwijs op de regionale televisie

Op de site van WTV is een beeldfragment te zien met een korte situering van de eerste Nacht van het Onderwijs van maandag 18 april in Torhout.

Scholieren blijven gaan

Ziehier onze resultaten van het eindtermendebat. Wij hebben geprobeerd iedereen te motiveren om hieraan zo ernstig mogelijk deel te nemen. Hopelijk is ons dat gelukt maar jullie weten wel dat de ene klas niet de andere is. Ook is het ons niet gelukt om alles in eindtermen te gieten. Daarvoor zijn we niet technisch genoeg onderlegd.We hebben daarom de belangrijkste verzuchtingen van de leerlingen per graad gebundeld en geformuleerd in orde van belangrijkheid.Wat zou je nog willen leren om je eigen talenten meer te ontwikkelen? 1e graad.- ICT – meer praktisch- Talen – meer praten - Verkeerseducatie – leren fietsen- Dagelijks leren leven met elkaar, leren samenwerken met leerlingen van andere origine – maatschappijleer2e graad- ICT – meer praktisch- Levensbeschouwelijke vakken vervangen door actualiteit- Politiek en economie meer uitdiepen3e graad- Levensbeschouwelijke vakken bundelen/geen examens- Meer differentiatie in alle vakken- Talen – veel praktischer/meer wetenschapsgericht in de wet. richtingen Wat moet je leren op school om klaar te zijn voor je latere leven? 1e graad- EHBO – basiskennis- Hoe ga ik om met andere godsdiensten?- Andere culturen leren kennen./Leren samenleven met kinderen van andere origine.- Wat kan ik doen om milieuvriendelijker te leven?- Hoe beheer ik mijn zakgeld?2e graad- Alle talen meer spreekvaardigheid.- EHBO- Basiskennis economie (betalingen/bankkaarten)- Hedendaagse politiek meer uitdiepen.3e graad- Taalvakken veel praktischer- Verplicht 1 uur actualiteit/kritische analyse van media- Praktische economie voor alle richtingen- Verplicht 1 uur gezondheidsleer gekoppeld aan EHBO- Vergadertechnieken.- Uitdiepen politieke actualiteit. Leerlingenparlement Campus Tichelrij Sint Truiden. Je kunt hier ook het fantastische filmpje bekijken waarin scholieren antwoorden op de vraag wat ze later willen kennen en kunnen.

Scholieren blijven debatteren

De Vlaamse Scholierenkoepel buigt zich onvermoeibaar over de #eindtermen. Alsof het geen Paasvakantie was, de voorbije twee weken...

Een stem voor STEM

Al te vaak worden leerlingen aangemoedigd om Grieks, Latijn of ASO Moderne te kiezen omdat de maatschappij dit ‘hoger’ waardeert. Je krijgt dan het bekende watervalsysteem, waarbij een gedeelte van de instroom in technische richtingen voortkomt uit leerlingen voor wie het niveau van abstractie te hoog gegrepen lag. “Onderwijsdeskundigen” pleiten dan voor een “brede eerste graad”, “een domeinschool”, etc… Dit is volgens mij een foutieve benadering, die alleen maar tot vervlakking leidt. Het is veel efficiënter om kinderen al in de lagere school meer vertrouwd te maken met techniek en wetenschap en zo de keuze veel bewuster te maken. Leer de kinderen in de lagere school programmeren, een fiets herstellen, de snelheid van het geluid te meten. En voor de kinderen die wél een hoog abstractieniveau aankunnen: maak in het middelbaar onderwijs eens werk van écht STEM curriculum, met méér wiskunde, ICT en exacte wetenschappen. Het mag gerust op een behoorlijk niveau zijn, met ambitieuze eindtermen. Dan wordt ook de keuze van die leerlingen veel bewuster. Graag wordt het Finse model aangestreept (en het succes van de Finse kinderen in de Pisa-resultaten) om een brede eerste graad en het uitstellen van een studiekeuze als remediëring voor het watervalsysteem te verantwoorden. Maar het Finse systeem heeft vele kenmerken waardoor het zich van het Vlaamse onderscheidt:- het lager onderwijs gaat van 7-16 jaar en er wordt voordien geen studiekeuze gemaakt. Op specifieke leeftijden “proeven” de leerlingen van specifieke vakken, zoals techniek, textielontwerp, etc…- er is nadruk op inclusiviteit, waarbij "team teaching" toelaat om bijzondere zorg te verlenen aan wie dat nodig heeft.- er is grote differentiatie, waarbij een leerkracht Engels bijvoorbeeld soms wel 7 verschillende huiswerken geeft al naargelang het niveau- de academische drempel om leerkracht te mogen worden, ligt redelijk hoog: je moet een master halen, en slechts 10% van de kandidaten halen ook werkelijk het diploma.- er is geen meetsysteem tussen verschillende scholen, en er wordt ook weinig gerapporteerd (weinig controle vanuit de overheid, redelijk veel vertrouwen in het lerarenkorps).- de lesdagen zijn korter (naar Duits model, en dat impliceert o.a. veel kortere vakanties, maar dat werd niet vermeld).- het procentuele aantal leerlingen dat als thuistaal niet de voertaal van de school (Fins of Zweeds) heeft, is beduidend lager dan in Vlaanderen. Goede resultaten in Pisa kunnen vele verklaringen hebben, maar zonder onderzoek is het natuurlijk niet mogelijk om te achterhalen welke van de bovenstaande punten daartoe bijdragen en welke niet, en vooral, of er punten zijn die wél belangrijk zouden kunnen zijn als verklarende parameter maar helemaal niet in het lijstje staan. Het is daarom gevaarlijk om deze punten kritiekloos over te nemen als zijnde “noodzakelijke hervormingen” om ons onderwijs “naar het Finse niveau te tillen”.Vervolgens is er het punt van de inclusiviteit. Nu is die zeker tot op een bepaald niveau absoluut noodzakelijk, niet zozeer omwille van een Pisa norm, maar omdat je je het als maatschappij niet kan permitteren om heel veel kinderen “te laten schieten”. Je wil namelijk bij zoveel mogelijk kinderen een talent ontplooien waarmee het later gelukkig wordt én tegelijkertijd een bijdrage kan leveren aan de samenleving. Zo is elke niveau-verhoging een overwinning voor de maatschappij (of het nu gaat over taalvaardigheid van een leerling waar geen van de ouders thuis Nederlands spreekt of het aanleren van een vak aan een leerling in het buitengewoon onderwijs die tot dan toe niet verder kwam dan wat bezigheidstherapie). Het is wél naïef om te denken dat het samenvoegen van leerlingen met een zeer divers abstraheervermogen niet tot een vervlakking van het niveau zou leiden.Daarbij aansluitend zie ik ook het voordeel van een – in de mate van het mogelijke – grote differentiatie binnen de klas. “We willen het potentieel van elke student maximaliseren” is natuurlijk een cliché, maar met moderne technologie is het allemaal iets realistischer geworden, zonder dat je daarvoor een revolutie in het onderwijs moet doorvoeren. Denk maar aan leerplatformen zoals de “Khanacademy”, waar elke leerling op zijn eigen tempo wiskundige vaardigheden kan verwerven, van het herkennen van elementaire getalbeelden tot het oplossen van differentiaalvergelijkingen. Tenslotte schort van alles aan de lerarenopleiding én leerkrachten worden ondergewaardeerd. In de opleiding wordt er véél te véél nadruk gelegd op psycho-pedagogische onzin (of nog erger: de geschiedenis van de psycho-pedagogische onzin) en veel te weinig op het cognitieve, vaak nog gegeven door mensen die nooit in het onderwijs gestaan hebben. De lerarenopleiding is op dit ogenblik véél te uitgebreid en ze duurt véél te lang:- Veel te veel stages (observatiestage, groeistage, etc...)- Een aantal vakken die volledig overbodig zijn, zoals - Leeronderzoek (vooral interessant voor psychologen) - ICT in het onderwijs - Klasmanagement - Leerprocessen - Filosofie - ... In de plaats daarvan zou ik een algemeen vak "Didactiek van de [vul hier Uw vakdomein in] " geven, niet meer dan 45 lesuren, waarbij je in 15 lessen een overzicht geeft van de leerstof in de 2de en de 3de graad van het secundair onderwijs, met aandacht voor- verschillen in leerplannen al naargelang de studierichting- concrete toepassingen van elk vakinhoudelijk onderwerp (zodat de toekomstige leerkrachten zich bewust zijn van waarvoor alles dient en dat zo ook aan hun leerlingen boeiend kunnen duiden, met verwijzingen naar andere vakken en maatschappelijke fenomenen)- twee lessen over moderne didactische hulpmiddelen- een les over lesopbouw (lesdoelstellingen met verwijzing naar een leerplan en aanvangscompetenties; timing; houding en presentatietechnieken; etc...) Ik zou nog wel stages organiseren, maar dan niet meer dan 15 uur in totaal (na 5 uur observeren en 5-10 uur lesgeven heb je echt wel een goed idee). En ik zou eindigen met een staatsexamen, waarbij kandidaten die hun vak niet beheersen of die niet naar behoren kunnen schrijven eenvoudigweg niet slagen. Het zou meteen de Oosterlinck-kritiek pareren. Natuurlijk is de lerarenopleiding indertijd zo uitgebreid zonder dat men wetenschappelijke aanwijzingen had over een kwaliteitsverlaging van het nieuwe lerarenkorps. Ik vermoed eerder dat het om een onzalig verbond ging tussen een regering die wilde bezuinigen (een universitaire student moet je immers geen werklozensteun uitbetalen) en universiteiten die meer financiering kregen voor diezelfde voltijdse studenten (dezelfde motieven hebben gespeeld bij het invoeren van de doctoraatsopleiding en het verlengen van de masteropleiding van 4 naar 5 jaar). Zo'n bezuinigingstruuk kan misschien lukken bij leerkrachten in vakdomeinen die het wat moeilijker hebben op de arbeidsmarkt, voor een richting als bijvoorbeeld wiskunde, waar afgestudeerden die geen onderwijsroeping hebben, vrijwel onmiddellijk een baan vinden in de privésector (bank- en verzekeringswezen, farmaceutische bedrijven, ICT, etc...) is een dergelijke overbodige drempel natuurlijk catastrofaal. Er studeren dit jaar nog maar 150 masters in de Wiskunde af, en het aantal dat aan de lerarenopleiding gaat beginnen zou wel eens vies kunnen tegenvallen. En laat dat nu precies de leerkrachten zijn die je nodig hebt om een STEM curriculum van enig niveau uit te bouwen. En het statuut van de beginnende leerkracht is natuurlijk huilen met de pet op: relatief weinig verdienen, hard werken (wegens veel nieuwe lessen voorbereiden in door gebrek aan anciënniteit bijeengesprokkelde jaren en richtingen (of zelfs scholen)), en weinig werkzekerheid. Tel daarbij een vrij groot wantrouwen vanwege de overheid op, met een vaak buitensporige administratieve rompslomp en je elimineert bij voorbaat die kandidaat-leerkrachten die je eigenlijk nodig hebt om ambitieuze eindtermen te realiseren. Daarom is het belangrijk om, in parallel met het ontwikkelen van leerdoelen in exacte wetenschappen, informatica, technologie en wiskunde het beroep van leerkracht in deze disciplines aantrekkelijker te maken. Hiervoor bestaan verschillende mogelijkheden: zoals een differentiatie in de verloningsschaal of pensioenrechten voor kandidaten die het vereiste masterdiploma hebben en die bereid zijn om zich voor langere tijd in het onderwijs te engageren en/of het sneller werkzekerheid bieden aan zulke kandidaten. Bert Smits
. De auteur is doctor in de Wiskunde, ambtenaar bij de Europese Commissie en gastdocent Financieel Risicobeheer aan de Universiteit Antwerpen.
Het opiniestuk is enkel de persoonlijke mening van de auteur en verplicht op geen enkele wijze de Europese Commissie of de Universiteit Antwerpen

Waar #eindtermen 'creativiteit' toe leiden...

Op Youtube kun je nog nagenieten van dit wervende filmpje dat leerlingen van Virgo Sapiens in elkaar staken als oproep voor het debat over #eindtermen

VAN EINDTERMEN NAAR RICHTTERMEN - Een uitweg voor de herziening van eindtermen en ontwikkelingsdoelen

Iedereen is het er over eens: de eindtermen moeten inhoudelijk grondig bijgewerkt en geactualiseerd worden maar op de eerste plaats moeten ze versoberen om realististisch haalbaar en werkbaar te zijn en dit in het belang van alle betrokkenen: overheid, koepels, scholen, leraren en leerlingen.Het maatschappelijk debat over de inhoud van de nieuwe eindtermen is op alle fronten aan de gang. Zo werd een aparte website (onsonderwijs.be) in het leven geroepen om van onder uit inhoudelijke input te verzamelen. Exemplarisch voorbeeld is het participatief experiment Onderwijs Op Tafel onder leiding van Maarten Simons (Prof. onderwijspedagogie KULeuven).Vernuftige indelingen voor de bijgespijkerde eindtermen zien het licht. Het is nu al voorspelbaar dat de hoeveelheid zinvolle eindtermen die alle betrokkenen mogen aanbrengen spectaculair zal toenemen. Dat is niet moeilijk te begrijpen indien we aan alle maatschappelijke en persoonsgerelateerde noden tegemoet willen komen.In mijn bijdrage ga ik niet een zoveelste nieuwe eindtermenreeks of nieuwe classificatie van eindtermen voorleggen. Mijn zoektocht gaat eerder de weg op van een uitweg tot versobering (d.i. afslanking) en haalbaarheid.Hoe kan dat? Dat kan door de eindtermen om te buigen naar richttermen: oriënterende omschrijvingen van beoogde basisdoelen met betrekking tot het afstuderen in een welbepaalde onderwijsvorm en -graad, zowel vakgebonden als vakoverschrijdend. Waarbij de leerlijn goed in het oog wordt gehouden.Duidelijkheid en transparantie begint bij wie waarvoor precies verantwoordelijk is. De operationalisering (concretisatie) van de richttermen voor de onderwijspraktijk moet m. i. onder de verantwoordelijkheid vallen van de leerplanmakers (koepels), van de scholengemeenschap en het leerkrachtenteam. De leerkrachten zijn trouwens het best geplaatst om uit te maken wat in die bepaalde studierichting of leercontext verantwoord en haalbaar is. In de toekomst heeft ons onderwijs meer nood aan een profilering in procesgericht(er) onderwijsperspectief in plaats van het productonderwijssysteem aan te houden waarbij enkel de directe oogst telt.1Beleidsmakers van industrie en economie moeten schuldig pleiten voor het opdringen van een functionalistische aanpak van utilitaire eindtermen alsof succesvolle werknemers beter functioneren door arbeidsmarktspecifieke eisen letterlijk op te nemen in eindtermen.De bestaande benadering van eindtermen heeft het creatief herformulering van een eindterm op niveau van leerplan en lespraktijk niet op de kaart weten te zetten. Zo werd de leerkracht via doorlichtingen voortdurend op het hart gedrukt de eindtermen nauwgezet op te volgen in plaats van ze leerling- en contextgericht creatief te vertalen / aan te passen.Technisch gezien heeft het ombuigen van eindtermen naar richttermen een minder omslachtige formulering als gevolg. Het beoogde leergedrag (dus het werkwoord bv. verwoorden, vergelijken, oplossen ...) wordt in een richtterm zo algemeen mogelijk gehouden (bv. ICT veilig gebruiken, democratie begrijpen) of nog beter wordt het werkwoord helemaal weggelaten. M.a.w. in de formulering van een richtterm houden we enkel de beoogde vakinhoud (leerinhoud) over als essentieel.Voorbeelden van richttermen:- verzorgde uitspraak- schaalberekening- een zakelijk telefoongesprek- sociale media We zijn er ons van bewust dat deze ingreep (het veralgemenen of het laten wegvallen van het leergedrag in de eindterm) overkomt als een trendbreuk in de didactiek. Al meer dan veertig jaar wordt een onderwijsdoelstelling geformuleerd in termen van specifiek leergedrag (werkwoord) gekoppeld aan specifieke leerinhoud (leerstof). Niets houdt ons tegen om op het niveau van leerdoelen (lesdoelen) de formulering in termen van gedrag + inhoud aan te houden.Beleidsmatig krijgen de onderwijsverstrekkers op het terrein (koepelorganisaties, de lokale onderwijsgemeenschappen, de concrete leerkrachten) een actieve rol bij het uitrollen van de richttermen. Zij hebben de opdracht (en de vrijheid) om inzake niveau of eisen eigen accenten te bepalen en dit in overeenstemming met de leergroep en eindbestemming (doorstroming, arbeidsmarktgericht of mix tussen beide). Richttermen gaan de zelfstandige besluitvoering van de huidige klassenraden nog meer in de verf zetten.Zonder in te boeten aan belang kunnen eindterm-attitudes in de formulering ook afgeslankt worden tot een algemene aanduiding (bv. nauwkeurig werken, kritische werkhouding). Een te concrete formulering van beoogde attitudes zet de leerkracht trouwens al te vaak op het verkeerde been: attitudes worden vaak versnipperd tot afvinkbare meetproducten. Ook de tendens om eindtermenattitudes onder te brengen in de nieuwe vakgebonden eindtermen en het draagvlak van vakoverschrijdende richttermen te ondergraven vinden we een slechte evolutie.Volgens talentmanager Stefaan Arryn stopt het ontdekken en ontwikkelen van talent bij personen niet bij het onderwijzen van kennis en kunde (competenties). Toewijding, vitaliteit, verantwoordelijkheidszin, communicatievaardigheden, een ontwikkeld vermogen om te (willen) leren hebben leerlingen - eenmaal van de schoolbanken - in sterke mate nodig om beroepsmatig nieuwe dingen te absorberen en lang stand te houden in de wisselende job. 2 Attitudes zijn ontzettend belangrijk en zijn het waard om een voorname plaats te krijgen in alle onderwijs. Inhoudelijk gezien betekent het invoeren van richttermen dat we uniformisering - in het verleden bekrachtigd door de eindtermenpolitiek - afzweren bij het nastreven van basisdoelen. Wie opkomt voor differentiatie in het onderwijs heeft nood aan flexibele eindtermen: richttermen beantwoorden inhoudelijk beter aan het perspectief van procesgerichter (persoonsgericht) onderwijs. De nieuwe eindtermen (in onze visie richttermen) moeten zo algemeen mogelijk gehouden worden, zodat differentiatie geen randverschijnsel wordt maar essentieel is met het oog op diepgaand en authentiek leren. De technische verslanking (eerder enkel de inhoudelijke poot voor een richtterm overhouden) helpt de differentiatie van richttermen in de praktijk. Voor de ene doelgroep koppel je de richtterm in kwestie aan bijvoorbeeld 'vertrouwd worden met ' als leergedrag; in een andere richting moet probleemoplossend leren centraal staan in de realisatie van dezelfde richtterm. Oorspronkelijk zijn eindtermen meer productgericht van aard en ontwikkelingsdoelen eerder procesgericht. Door te kiezen voor richttermen in plaats van eindtermen dringen de 'vroegere' ontwikkelingsdoelen in feite ook binnen zowel in de doorstroming als in de arbeidsmarktgerichte takken. Paul Timmermans © maart 2016 1 - P. Timmermans, Procesgericht onderwijs gestalte geven in het secundair onderwijs. Impuls, nr.4 april-juni 2009(39), p. 186-199.2 - http://www.jobat.be/nl/artikels/hoe-ontdek-je-talent-en-wat-doe-je-ermee/

Jongeren met een ontwikkelings- of leerproblematiek en hun ouders, begeleiders... spreken zich uit

Inleiding Het overleg over de eindtermen werd binnen CAR Stappie vzw gestart onder, collega's, ouders en jongeren. Het is een waardevol initiatief van de minister om het debat op een publiek forum te houden en een breed maatschappelijke insteek te nemen. Onderwijs is immers en thema wat binnen de samenleving ons allemaal aanbelangt. Vanuit CAR Stappie vzw vinden we het belangrijk in dit debat te participeren omdat we toch dagelijks geconfronteerd worden met de zorg voor kinderen die beperkingen hebben. Deze beperkingen uiten zich heel vaak in problemen op school. Bovendien zien we binnen onze sector dat het aantal kinderen dat individuele zorgtrajecten ingeschakeld moeten worden enorm is toegenomen.We stellen ons hierbij enkele belangrijke maatschappelijke vragen die misschien in het debat over de eindtermen een plaats kunnen krijgen: 1) Is deze toenemende vraag aan individuele zorg wel nog normaal? 2) Wat is de oorzaak hiervan? Stellen we wel de juiste verwachtingen t.a.v. onze kinderen? Zijn onze kinderen wel voldoende voorbereid op de stijgende complexiteit van onze samenleving? 3) kunnen eindtermen iets betekenen in een evenwichtiger, maatschappij adequaat verwachtingspatroon naar onze kinderen? Het debat dat hier wordt beschreven, werd gevoerd met ouders en collega (therapeuten binnen de CAR) Deelnemen aan de maatschappij Wat moet elke jongere op school leren om deel te nemen aan de maatschappij vanmorgen? - Een mening kunnen uiten op een aanvaardbare manier - Leren bewuste keuzes maken in onze maatschappij - omgaan met diversiteit (cultuur, persoonlijkheden, …)- Belangrijke vaardigheden zoals: goed communiceren, sociale vaardigheden, … - Leren (respectvol) onderhandelen Algemeen vinden we het zeer belangrijk dat we met meer tijd en ruimte voor de kinderen kunnen werken aan basiscompetenties. Ons onderwijs moet absoluut kunnen garanderen dat elk persoon in onze samenleving de basisvaardigheden leert om in de maatschappij zich te kunnen handhaven. Hierbij denken we aan: - algemene geletterdheid: elk persoon moet in staat zijn om te lezen, schrijven en rekenen. Het lijkt banaal, maar in onze context worden we te vaak geconfronteerd met kinderen en jongeren die op dit vlak beperkingen hebben en dreigen uit de boot te vallen. Deze kinderen gaan gebukt onder de tijdsdruk van leerprogramma's, waardoor men soms net niet de vooropgestelde doelstellingen bereikt. - Verder zijn ook andere vaardigheden die te maken met het alledaagse leven in onze maatschappij ontzettend belangrijk voor iedereen:vb. budgetbeheer, bankzaken, overschrijvingen, (huur)contracten, EHBO, … Ook deze zaken zouden met voldoende tijd en aandacht voor iedereen aan bod moeten komen. Nu blijkt dit eerder te gebeuren op basis van studiekeuzes. Persoonlijke ontwikkeling Wat moet elke jongere op school leren om zich persoonlijk te ontwikkelen?- kunnen vertrekken vanuit intrinsieke motivatoren en interesses via een breed aanbod van algemeen sociaal - maatschappelijke vakken (sport, muziek, cultuur, …): het is de mening van velen dat het aanbod van dergelijke vakken beter afgestemd kan worden op basis van interesse (ipv verplichte deelname in bepaalde leertrajecten), maar dat ze toch gemeenschappelijke doelstellingen kunnen nastreven terwijl er toch meer keuze gelaten wordt voor individuele voorkeuren en interesse.- het ontwikkelen van een persoonlijk identiteit- kritisch zoeken en mening vormen- ontdekken en bewaken van talentenOmtrent de persoonlijke ontwikkeling kreeg de samenwerking met ouders een belangrijke plaats. Jobkansen Wat moet elke jongere op school leren om later aan het werk te kunnen?- meer aandacht voor gelijkwaardigheid tussen beroepen. Onze samenleving is er nog te veel op gericht om van iedereen dokters en advocaten te maken, want dit wordt nog steeds aanzien als succesvol zijn op de maatschappelijke ladder. Binnen het onderwijs zou veel duidelijker bij onze jongeren meegeven moeten worden dat elke professionaliteit zijn eigen bijdrage heeft in onze samenleving.- Integreren van kennis: Het belang van project matig te werken en kinderen en jongeren te leren om projecten van A-Z aan te pakken, te plannen én af te werken en daar bovenop voldoening uit krijgen. Zowel vanuit een persoonlijke succesbeleving van hun eigen participatie als vanuit projecten in groep waarin de groepsverantwoordelijkheid en - succes belangrijk is.- Voldoende aandacht voor goede en brede oriëntering naar een beroepskeuze- Ervaringsgericht werken Levenslang Leren Wat moet elke jongere op school meekrijgen om levenslang verder te kunnen leren?- Deze doelstelling zal wellicht de drijvende motor zijn om alle andere waar te maken- Het belang om intensief op intrinsieke motivatoren in te zetten, d.w.z.Het hanteren van aangepaste evaluatiesystemen zal hierin belangrijk zijn. We weten al langer wat dewoensdag 23 maart 2016 Pagina 2 van 3kracht en de zwaktes zijn van onze huidige evaluatiesystemen. We denken dat het bewuster hanteren van evaluatiesystemen in belangrijke de motivatie van leren kan mee bepalen: vb.- niet alles moet moet in een puntensysteem: als we spreken over breedmaatschappelijke doelstellingen en persoonsontwikkelende doelstellingen dan is het niet zinvol om de vakken die hierop in te zetten in examens en puntensystemen te gieten. Hiermee ondergraven we het signaal van maatschappelijk en persoonlijk belang naar onze jongeren. Het lijkt ons zinvoller projectwerk (en "peer"beoordeling ), continue evaluaties en zelfevaluaties te gebruiken.- Dit kan helemaal anders liggen voor vak- of beroepsspecifieke studiekeuzes waar examens en puntensysteem wel een positief signaal kunnen inhouden om zich in te zetten om "targets" te leren halen.

Leraren in spe niet enthousiast over onderwijshervorming

Dat lezen we in het onderstaande artikel van Liliana Casagrande in Het Belang van Limburg. De studenten lerarenopleiding van de PXL zijn blijkbaar niet zo enthousiast over het afschaffen van de schotten tussen ASO, TSO en BSO. “43 procent is tegen, 40 procent is voor en 17 procent heeft geen mening”, zegt Marc Hermans, departementshoofd van de lerarenopleiding. PXL heeft op een studiedag bij 400 studenten een enquête gehouden over de hete hangijzers die nu op vlak van onderwijs op tafel liggen: de herziening van de eindtermen en de hervorming van het secundair. Wat die hervorming van het secundair betreft, stond er expliciet bij dat het ging over het wegnemen van de schotten tussen ASO, TSO en BSO. Dat de studenten hier niet overweldigend 'ja' op antwoordden, heeft zelfs Marc Hermans verrast. “Tegelijkertijd valt dit te begrijpen: het bestaande systeem is wat ze kennen. We voelen ook nog altijd dat ASO-scholen en ouders oppositie voeren tegen het afschaffen van de schotten.” Eindtermen De studenten mochten zich ook uitspreken over wat ze wel of niet in de eindtermen willen. De eindeloze lijst van eindtermen omvat wat leerlingen zeker moeten kennen. “We hebben die eindtermen bekeken over de hele schoolse loopbaan, dus zowel in het basis- als in het secundair onderwijs, aangezien we studenten uit alle richtingen van de lerarenopleiding hebben bevraagd”, zegt Hermans. “Ook hier hebben ze ons verrast, want wij hadden verwacht dat ze bijvoorbeeld wetenschappen of techniek op één zouden zetten, maar ze hebben het niet over één bepaald vak.” Het enige klassieke vak dat in die top 5 zit, is Nederlands, alhoewel ze het Nederlandse taalvaardigheid noemen. “Ook probleemoplossend of logisch denken zit nog bij de vijf, want alleen zo geraak je verder in de maatschappij. Verder scoort financiële geletterdheid ook nog hoog.” Aan de studenten is ook gevraagd wat zeker niet in de eindtermen hoort: Chinees, Spaans, huishoudelijke klussen en filosofie. Liliana CASAGRANDE, Het Belang van Limburg TOP VIJF EINDTERMEN 1. Sociale en communicatieve vaardigheden2. Kritisch denken3. Maatschappelijke opvoeding (burgerzin, politieke basiskennis, actualiteit opvolgen, omgaan met diversiteit).4. Nederlandse taalvaardigheid.5. Probleemoplossend of logisch denken.De resultaten van de gesprekken op de Hogeschool PXL kun je hier downloaden.

Leerlingen debatteren... onder de luifel

Bij Don Bosco Zwijnaarde vindt op vrijdag 18 maart tussen de middag een informeel debat plaats op de speelplaats. En oproepen doen ze onder meer met dit inspirerende filmpje. En dat alles on der het motto: 'een paaseitje voor je mening!'Hun inspanningen kaderen in de campagne voer het debat op school van de Vlaamse Scholierenkoepel.

Praesessen present!

De vertegenwoordigers van de studenten van de Lerarenopleiding UCLL Lager Onderwijs (regio Leuven), nemen deel aan het stadsbreed debat ‘van leRensbelang’ dat plaatsvindt op 22 maart 2016 om 20u in bibliotheek Tweebronnen. Op die manier dragen ze hun steentje bij aan het maatschappelijk debat. Ook geïnteresseerd? Surf dan snel naar de aankondiging van het Leuvense stadsbrede debat over #eindtermen.

Onderwijzer of bureaucraat

In De Standaard van 8 maart vonden we nog volgend opiniestuk: 'Beoordeel leerkrachten niet op hun talent om lesformulieren in te vullen'. Hoe kun je kinderen boeien met prefab-lesvoorbereidingen? In een complexe maatschappij leveren leerkrachten een essentiële bijdrage om jongeren de wereld tegemoet te laten treden met vertrouwen in zichzelf en in hun medemensen. Dat dacht ik drie jaar geleden, toen ik enthousiast aan mijn onderwijzersopleiding begon. Vandaag verlaat ik die opleiding zonder diploma op zak. De reden daarvoor is dat ik tot drie keer toe negatief ben beoordeeld op het administratieve luik van mijn praktijkstages. Nu is administratie een ruim containerbegrip. Uiteraard moet je als leerkracht borg kunnen staan voor degelijk ingevulde klasagenda’s, correcte schoolrapporten en andere nuttige administratieve processen. Maar dat is niet de muur waarmee ik drie jaar op een rij onzacht in aanraking ben gekomen. Administratie staat in de onderwijsopleiding ook gelijk met gestandaardiseerde lesvoorbereidingen, waarin de vorm primeert op de inhoud. Zo’n lesvoorbereiding is meer een bureaucratische driloefening dan een creatief mentaal proces om kennis of vaardigheden over te brengen. Wat een rijke wisselwerking met leergierige kinderen hoort te zijn, wordt in een beperkende mal gegoten. Eentje waarin een bepaalde stimulus altijd leidt tot een bepaalde respons, waarvan je de tijd goed op voorhand kunt inschatten, met alle instructies en standaardantwoorden in het juiste vakje van een prefab-formulier. Zo’n stimulus-responsmodel mag dan bruikbaar zijn voor makkelijk controleerbare acties in een stabiele laboratoriumomgeving, voor een rijke klasomgeving midden in de wereld is dat even ongeschikt als contraproductief. Toch worden leerkrachten in spe vandaag in hoge mate beoordeeld op hun talent om lesformulieren te vullen met inhouden die minder inspelen op de behoeften van leerlingen dan op een zorg om formalistisch correct te handelen. Daarom is mijn droom om onderwijzer te worden voortijdig ontzenuwd door onderwijskundigen van wie de cynische dubbele boodschap mij lang zal bijblijven: ‘je bent in de wieg gelegd als onderwijzer, maar zolang je geen prioriteit kan (of wil) geven aan het correct invullen van je lesformulieren is er een te groot risico op negatieve evaluaties van de onderwijsinspectie.’ Verzuurde leraarskamers Na mijn derde crash tegen de betonnen muren van de onderwijsopleiding ben ik door een soort rouwperiode gegaan. Dat schijnt normaal te zijn, als je je toekomstbeeld in rook ziet opgaan. Maar ik heb nieuwe moed opgevat en schreef me in als werkzoekende met een voorkeur voor een job in de ICT-sector, ver weg van de onderwijswereld. Gezien mijn gebrek aan kwalificaties was ik sceptisch over mijn slaagkansen, maar tot mijn verrassing werd ik snel geselecteerd voor een marketing & sales-functie. De voornaamste motivatie voor mijn aanwerving? Mijn talent om snel in te spelen op wisselende situaties en de vele lagen in de psychologie van mijn toekomstige klanten: een vermogen waaraan de onderwijssector kennelijk veel minder gewicht toekent. Ik ben de afgelopen jaren getuige geweest van hoe het onderwijs in de greep lijkt van een bureaucratische afvinkcultuur vol wantrouwen en formalisme. Volgens mij ligt daar een mogelijke verklaring voor de hoge zuurtegraad in vele leraarskamers en de vaak aangehaalde mismatch tussen het onderwijs, het bedrijfsleven en de samenleving. Zelf zal ik helaas geen bijdrage kunnen leveren om dat maatschappelijke drama een heel klein beetje te helpen oplossen, maar misschien kan minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) er wel aandacht aan geven tijdens de Nachten van het Onderwijs die ze na de paasvakantie organiseert. Jonas Bary

Startschot voor de scholierendebatten

Op YouTube is ondertussen ook een kort filmpje te zien van de Dag van de 100 in het Vlaams Parlement, waarmee de Vlaamse Scholierenkoepel ook oproept om overal te lande het debat over de #eindtermen aan te gaan.

Eindtermen in De Afspraak

Het gesprek over #eindtermen in De Afspraak van 2 maart 2016, met minister Crevits en onze ambassadeur Ergys Brocaj kun je hier bekijken. Het begin rond de 14e minuut.

Het omgekeerde debat

Ruim 50.000 mensen testten op de site van De Standaard hun kennis van de eindtermen. Over de slaagcijfers is tot nog toe niets bekend gemaakt... Wel vernamen we dat een vijfduizendtal onder hen na de test ook nog een korte enquête over de #eindtermen beantwoordde. Zo krijgen we onder meer een beeld van wat volgens de deelnemers geen eindterm meer hoeft te blijven, een gevolg van hun ervaring dat kennis van die eindterm in het verdere leven zelden nuttig is gebleken Hierbij een grafiek met de resultaten

Vijfdeklassers denken na over wat ze op school (zouden) moeten leren

Een ploeg van het Ketnetkinderjournaal Karrewiet trok naar basisschool De Linde in Overpelt. De vijfdeklassers bogen zich daar over de vraag wat ze belangrijk vinden om op school te leren.Met dank aan Miek Darcis en Britt Van Gerven van de lerarenopleiding UCLL die dit debat via gezelschapsspelen, brainstorms en digitale apps op gang trokken.Het item uit de uitzending kun je hier (her)bekijken.

Beleidsmakers beleven van nabij hoe het er in de klas van 2016 aan toegaat.

De actie 'Terug naar de klas', een initiatief van de Vlaamse Scholierenkoepel biedt beleidsmakers de gelegenheid om op 15 april met een scholier mee te lopen en een dag lang mee te maken hoe het er in ons huidige onderwijs aan toegaat.De 'gefilmde' uitnodiging is ook te vinden op YouTube.

Virgo Sapiens Londerzeel debatteert er stevig op los

Op 29 februari gaan de leerkrachten, aansluitend op hun personeelsvergadering, in debat. De ouders zijn op 3 maart om 20u30 aan de beurt. Oud-leerlingen doen hun zegje op zondag 20 maart, om 14 u. En ook de leerlingen van het 1e en het 4e jaar zullen het in het kader van hun projectddag over de #eindtermen hebben.Uit duurzaamheidsoverwegingen is de school zuinig met affiches. Ze maakten wel een schitterende trailer, die u hier alvast kunt bekijken.

Ouderkoepels roepen op om rond #eindtermen te debatteren

De drie ouderkoepels GO! ouders, de VCOV, van het vrij onderwijs en Koogo van het officieel gesubsidieerd onderwijs roepen in hun nieuwsbrieven, respectievelijk op hun website de aangesloten ouders en ouderverenigingen op om hun zegje te doen over de #eindtermen.

Test je kennis van de eindtermen

Aan de hand van deze test van De Standaard kan iedereen nagaan of zij/hij nog zou slagen voor de #eindtermen.Je haalt ze niet, maar ze zijn toch achterhaald. Je slaagt con brio maar je zou het toch liever anders zien... Want 2016 is 2030 niet... Kortom, eindtermen, hoe zie jij dat? Vertel het ons hier!

Hilde Crevits herbekijkt het leerplan

Q Music praatte met minister Crevits over #eindtermen. Beluister hier het zo'n 6 minuten durende radio.gesprek

Eindtermen niet gehaald en toch diploma

Professor onderwijskunde Martin Valcke van UGent gooit een knuppel in het hoenderhok. Lees er meer over op de webpagina van De Standaard.

Moeten de eindtermen anders?

Klasse sprak met Roger Standaert, een van de geestelijke vaders van de huidige #eindtermen. Hier kun je het interview erop nalezen.

Wat met Nederlands op school?

Een ander item uit De Bende van Annemie van deze ochtend.

Beatles versus blokfuit ook in 'De Bende van Annemie'

Geînteresseerd in de discussie? Surf dan naar de pagina van radio1.

Muzikale eindtermen ter discussie...

Het Nieuwsblad publiceerde gisteren enkele standpunten over onze muzikale eindtermen. Hieronder de inhoud van het artikel.Een generatie jongeren die Paul McCartney of The Beatles niet kent: allemaal de schuld van de ouderwetse lessen muzikale vorming op school, zegt producer en muziekdocent Luc Van Acker. “Nochtans zou het een deel van de opvoeding moeten zijn, weten wie The Beatles zijn.”Een Belg? Een overleden gitarist? Die van het liedje met Rihanna en Kanye West? De kersverse Rock Werchter-headliner Paul McCartney (73) is duidelijk geen parate kennis voor onze jeugd. En zelfs The Beatles kennen veel twintigers niet meer. Zo bleek gisteren uit een rondvraag van onze krant bij jongeren tussen 12 en 22 jaar.“Begrijpelijk”, zegt Luc Van Acker, producer en docent aan de Pop- en Rockschool PXL in Hasselt. “Vroeger was de muziekwereld vrij eenvoudig, maar nu is er een overaanbod aan artiesten. Op jonge leeftijd is het daarom moeilijk om te snappen welke positie The Beatles of Elvis Presley innemen in onze muziekgeschiedenis.” Grote achterstand En dat is de schuld van de muzikale vorming op school, zegt Van Acker. Daar wordt te veel blokfluit gespeeld en te weinig over pop- en rockcultuur verteld. “Wat muzikale opleiding betreft, staan we in Vlaanderen nog altijd lichtjaren achter. Popcultuur blijft een soort van vreemde randanimatie in ons schoolsysteem. Op achttien jaar moet je weten wie The Beatles zijn, The Rolling Stones en welke nummers Paul McCartney heeft geschreven. Je leert toch ook geen aardrijkskunde zonder te weten waar Engeland ligt?”Maar volgens Luc Dewolf, muziekdocent en vakgroepvoorzitter Onderwijskunde aan de Arteveldehogeschool, is er wel degelijk aandacht voor moderne muziek. “In het laatste jaar is er nu ook een cursus country, pop en volksmuziek. Ze zouden dus wel degelijk op de hoogte moeten zijn. Let it Be “De eindtermen stellen dat muziek en muzikale opvoeding belangrijk zijn”, reageert Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). “Ik ben zelf een fan van The Beatles en hun muziek. Maar het is aan de leerkrachten om eigen accenten te leggen. De ene zal fan zijn van The Beatles, de andere van The Rolling Stones, nog een andere van de Bee Gees. Ik zou zeggen: Let it Be.”Ook Lieven Boeve, directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, is niet van plan om de leerplannen voor de lessen M.O. plots om te gooien. “We willen de lessen niet beperken tot het verzamelen van weetjes. Er bestaat ook geen afvinklijstje van muzikale namen die je absoluut moet kennen na het middelbaar. We verwachten gewoon dat jongeren op de hoogte zijn van de moderne cultuur, net zoals een leerling weet hoe de werelddelen zich verhouden zonder elk land te weten liggen.”Sofie Buekenhoudt (Het Nieuwsblad)

Overweg kunnen met de robot moet een eindterm worden?

In De Standaard van dinsdag 16 februari schreef Jochanan Eynikel een opiniebijdrage over robotisering waarmee hij een interessant licht werpt over het denken rond de nieuwe #eindtermen die we nodig hebben. Je leest het hier.

Wat als jongeren van vandaag de school van morgen ontwerpen?

Wat als …- er geen schoolboeken meer zouden bestaan?- je les zou krijgen van een astronaut?- je klas in een bedrijf of in het bos zou staan?- je zelf een deel van je lespakket kan samenstellen?- …MNM lanceert een oproep aan alle jongeren die zin hebben om de school van morgen mee te ontwerpen. Wil je de jongeren in jouw school of buurt aanmoedigen om hier met enkele medeleerlingen of vrienden aan mee te werken? Surf dan naar de link hieronder voor meer informatie over de oproep en de indieningstermijn.Alle creatieve bedenkers zijn welkom op het MNM-slotevenement, op woensdag 23 maart 2016, in aanwezigheid van Vlaams minister van onderwijs Hilde Crevits. De 10 meest innovatieve ideeën krijgen een mooie prijs en worden uitgenodigd op een 2-daagse coaching.De oproep is een gemeenschappelijk initiatief van het Departement Onderwijs & Vorming, de Koning Boudewijnstichting, de Vlaamse Scholierenkoepel, de Vlaamse Onderwijsraad en MNM.De 10 creatiefste bedenkers krijgen een mooie prijs en worden uitgenodigd op een 
2-daagse coaching, op vrijdag 22 en zaterdag 23 april 2016. Daar mogen zij hun ideeën uitwerken, die nadien worden bezorgd aan de minister.Meer informatie over de campagne vind je op de website van MNM.

Wat is volgens scholieren van leRensbelang?

'Wat moeten we leren op school?' Dit jaar worden de eindtermen grondig onder de loep genomen. Elke Vlaming zal zijn mening kunnen geven over wat leerlingen nu echt zouden moeten leren op school. Uiteraard moeten ook leerlingen daarover hun zegje kunnen doen. De Vlaamse Scholierenkoepel zal tussen februari en april zoveel mogelijk leerlingen aan het woord laten over het thema. En dat zowel op school als in de grote debatten. De 10 VSK zocht en vond 10 jongeren die zich minstens een jaar lang zullen smijten rond het thema eindtermen. Zij volgen het politieke en maatschappelijke debat van op de eerste rij en wakkeren vanuit hun eigen verhaal en expertise het debat aan.Timpa, Zehra, Céline, Pieter, Aster, Seppe, Vicky, Luna, Mona en Ergys vinden allemaal dat de eindtermen dringend een afstofbeurt nodig hebben. Zij zullen mee de discussie starten op scholen, maar zullen ook na het maatschappelijke debat de politici aan de mouw blijven trekken.

Maak kennis met De 10 Dag van de 100 Op vrijdag 26 februari geeft de Vlaamse Scholierenkoepel 100 leerlingen in het Vlaams Parlement een kick-start op de 'Dag van de 100'. Tijdens die dag worden leerlingen geïnspireerd over het thema, krijgen ze tips en tricks over hoe je de mening van leerlingen bevraagt en werken ze samen met experts een inspraakproject uit voor hun school. Bovendien krijgen ze de kans om met een heleboel andere leerlingen(raders) uit te wisselen. Voer het debat op school Kan je niet naar de Dag van de 100 komen, maar wil je toch aan de slag op je school? Geen probleem, plan gerust zelf een inspraakmoment. Ga bijvoorbeeld als leerlingenraad aan de slag en bevraag de rest van de school! Maar ook met enkele klasgenoten kan je een geslaagd discussiemoment organiseren. We zetten je graag op weg! ‘Terug naar school’ voor beleidsmakers In april (datum te bepalen) organiseert VSK een dag waarop parlementsleden, politici, maar ook andere onderwijsbeleidsmakers een dagje ‘kijkstage’ volgen op een school. Zij zullen een dag lang een leerling schaduwen om te zien hoe zo’n lesdag/schoolboek/… er anno 2016 uitziet. Meer info volgt nog. Wie nu al interesse heeft om als leerling of beleidsmaker deel te nemen, mag ons zeker een seintje geven!

Trio (Klara) over #eindtermen

Wat is van leRensbelang? Eindtermen voor het onderwijs van 2030. Met Rik Torfs, rector KULeuven en natuurkundige prof.em Irina Veretennicoff (VUB), voorheen medewerkster van Nobelprijswinnaars Ilya Prigogine en François Englert. Zij leidt een werkgroep over de toekomst van Vlaanderen als kennismaatschappij in de schoot van de Kon. Vlaamse Academie voor Wetenschappen en Kunsten. Herbeluister hier de uitzending

Van lesonderwerpen naar dagonderwerpen

Lees hieronder de blog van de 15-jarige scholier Tijs Keukeleire De bel gaat, het lesuur voorbij. Van een les biologie naar een les aardrijkskunde. Je slentert door de gangen, op zoek naar het lokaal. Wanneer je de klas binnenstrompelt, begint de leerkracht met de les.Maar wow, wat een verschil: van voortplanting bij bloemplanten naar de gevolgen van ontbossing in het Amazonewoud. Als de stuifmeelkorrels en de meeldraden net een beetje beginnen in te dringen, wordt je gekatapulteerd naar illegale houtkap en bedreigende stuwdammen.En dat is raar. Dit zijn twee vakken die inhoudelijk sterk aan elkaar hangen, maar toch zo verschillend aanvoelen. Bovendien beide eenuursvakken, waardoor je na een week Frans, Nederlands en wiskunde al lang bent vergeten waarover we het de vorige les hadden. De leerkracht moet dan de leerlingen als het ware slepen naar het huidige lesonderwerp, waarover ze vaak veel al zijn vergeten. Tegen dat de leerlingen weer mee zijn met het onderwerp, is er al veel van de lestijd verloren.De voortdurende verandering van lesonderwerpen is vermoeiend voor leerling én leerkracht. Het huidige systeem waarin elk vak een eigen microbiotoop is en elke les een ander verhaal vertelt, waarin elke leerkracht zich noodgedwongen asociaal opstelt en zich afsluit van de rest van de vakken, is verouderd. Het is een systeem dat niet meer past in deze complexe samenleving, een samenleving waarin alles samenhangt, waarin je niet elk onderwerp kan stoppen in één vakje, in één schoolvak. De hokjesmentaliteit in het onderwijs moet er uit.Maar hoe doe je dat? Hoe slaag je erin om op een effectieve en doelbewuste manier samenhang tussen schoolvakken te creëren? Ik denk dat ik het antwoord heb.Stel je voor dat er geen lesonderwerpen zijn, maar ‘dagonderwerpen’. Je stapt de school binnen, en werkt de hele dag rond hetzelfde onderwerp. In elke les wordt er een ander licht geworpen op het onderwerp, een andere uitdieping. Om een al te grote ommekeer te weerhouden wordt het systeem van verschillende leerkrachten voor verschillende vakken dus wel behouden.Leerkrachten kunnen sowieso rekenen op actievere en geïnteresseerdere leerlingen, wat de lessen aangenamer maakt. Als scholieren helemaal kunnen opgaan in het onderwerp van die dag, en zo ook meer participeren in de lessen, is het logische gevolg dat hun resultaten hoger zullen liggen. Leerlingen worden dus opnieuw onderdeel van de les – ze zitten in de les, en zijn niet langer enkel bij de les.Een voorbeeld van een dag onderwerp is de Big Bang. Op dezelfde dag kan dit onderwerp worden behandeld bij geschiedenis, chemie, fysica, biologie en godsdienst/zedenleer. Het spreekt voor zich op welk aspect van de oerknal elk vak zich toespitst.Mijn voorstel gaat echter enkel op voor bepaalde vakken – zoals geschiedenis, fysica of chemie – maar hoe zit het dan met de rest? Taalvakken, bijvoorbeeld? Ook hier kan ik op inpikken. Een deel van de lesuren van taalvakken kan worden omgevormd tot lessen toegepaste taalkunde. Dat komt er dan op neer dat je tijdens andere vakken waarvoor het eerdere voorstel wel opging, een andere taal spreekt. Een les geschiedenis in het Engels is bijvoorbeeld perfect haalbaar. En als het dan nog eens over de geschiedenis van Engeland gaat sla je de nagel op de kop.Heb jij ook een idee over hoe onderwijs eruit moet zien? Post je ideeën en commentaren op het platform!

Verso roept op om aan het debat deel te nemen

Verso, de vereniging voor social-profitondernemingen plaatste op haar website een oproep om enthousiast in debat te gaan over de nieuwe #eindtermen

Van Gils en c° over #eindtermen

Wie de uitzending van Van Gils en Gasten gemist heeft waarin hij ook een gesprek had over #eindtermen, of wie ze graag nog eens bekijkt kan hier terecht. Het item over #eindtermen begint rond de 31e minuut.

5 dagen ver en al een kleine terugblik

Ook Van Gils en Gasten had het over #eindtermen, onder meer met éminence grise Etienne Vermeersch. Hier kunt u even met ons mee terugkijken

Hautekiet over #eindtermen

Op donderdagochtend 4 februari 2016 ging ook de uitzending van Hautekiet over #eindtermen. Hautekiet praatte onder meer met KULeuven-onderzoeker Maarten Simons. Uitzending gemist? Surf dan naar de volgende pagina.

DeMorgen: "Crevits denkt na over nieuwe eindtermen"

Ook DeMorgen roept op om deel te nemen aan het maatschappelijke debat #eindtermen. Je vindt hier het artikel online.

Filosofen over eindtermen

Ook op de website van Femma vind je een bijdrage over #eindtermen en het brede maatschappelijke debat hierrond op www.onsonderwijs.be

Een reactie op trends

Op deze pagina staat een reactie te lezen op het debat van onsonderwijs rond #eindtermen.

Maatschappelijk debat #eindtermen volop in de media

Radio 1, één, VTM, De Standaard enz. besteedden ondertussen al aandacht aan het vandaag gestarte eindtermendebat.Een en ander kun je nog eens nalezen, bekijken of beluisteren op- Radio 1 - De Ochtend- deredactie.be- VTM - Het Nieuws- De Standaard

Persconferentie start maatschappelijk debat #eindtermen

Het brede maatschappelijke debat rond de nieuwe #eindtermen gaat vandaag van start en de website ‘onsonderwijs.be’ staat online. Daar kunnen niet alleen individuen hun ideeën kwijt. De inbreng van groepen van allerhande grootte is zeker zo waardevol. Voor groepen met uiteenlopende aantallen deelnemers is op de website allerhande materiaal beschikbaar: affiches om jouw gespreksgroep of praatcafé… aan te kondigen, gespreksstarters, begeleidingsmateriaal

Ouderpanel overhandigt rapport aan de minister

Op dinsdag 26 januari, net een week voor de lancering van de campagne 'Van leRensbelang?', maakte Vlaams Minister van Onderwijs Hilde Crevits, samen met de Koning Boudewijnstichting, het eindrapport bekend van een groep van 22 ouders die zich 3 weekends bogen over de vraag hoe het secundair onderwijs jongeren kan voorbereiden op de samenleving van morgen. Dat het hierbij ook ging over wat ouders als resultaat van het secundair onderwijs verwachten is evident. Je vindt het rapport met de conclusies en aanbevelingen van de ouders hier.

OnderWijs Op TaFel: een publiek experiment over basisvorming georganiseerd door studenten en docenten KUL

In het najaar van 2015 hebben een 70tal studenten samen met hun docenten aan de KULeuven (olv prof. Maarten Simons, fac. Psychologie & Pedagogische Wetenschappen) reeds een zeer interessante bijdrage geleverd aan het maatschappelijk debat. Zij hebben immers een 70tal rondetafels met burgers georganiseerd en op die manier van meer dan 700 burgers input verzameld. Van daaruit hebben ze stapsgewijs, via een participatieve methodiek, naar conclusies gewerkt. Wil je je laten inspireren door hun eindresultaat, dat vind je hier. Meer informatie over de aanpak vind je hier.